HENGELO – Anders dan veel collega bridgedocenten in Twente kan Riet Kuipers niet bogen op een aansprekende loopbaan als speler. Voor haar geen competitie op landelijk niveau, voor haar geen successen bij aansprekende toernooien. Die binnenkomer heeft ze ook al lang niet meer nodig. Het etiket dat de buitenwacht haar heeft opgeplakt is er een van rechtlijnigheid, van helderheid en doortastendheid. ‘Als je helemaal niets van kaarten afweet en je wilt toch leren bridge, dan moet je naar Riet Kuipers gaan’, is een veelgehoorde kreet. Quasi verbaasd kijkend: ‘Goh dat heb ik nog nooit zo van mezelf gehoord.’



Het is iets meer dan een week voordat het ‘cursusseizoen’ voor Riet Kuipers weer begint. Het zetten van een enkele advertentie en mond-naar-mond reclame zijn voor de Hengelose huisvrouw en voormalige onderwijzers genoeg om haar cursussen vol te doen stromen. ‘De animo om een cursus te volgen is er nog steeds’, heeft ze gemerkt. ‘Al merk ik wel dat de belangstelling in Hengelo groter is dan in Enschede. Hoe dat komt?’ Ze haalt haar schouders op. ‘Weet ik niet.’

Steeds maar weer hetzelfde verhaaltje opdreunen, steeds maar weer dezelfde vragen moeten beantwoorden. Riet Kuipers heeft er nog steeds niet genoeg van. ‘Heeft te maken met het feit dat je steeds met andere mensen , maar vooral met andere karakters, te maken krijgt. Bridge is moeilijk. Aan mij de kunst om het zo makkelijk en zo helder mogelijk over te brengen. En dat doe ik door strak vast te houden aan de grote lijn van de cursus. Zijpaden bewandel ik zo min mogelijk. Sterker nog, ik wens ook niet dat mijn cursisten dat doen. Dat zorgt alleen maar voor ruis en verwarring. Alles wat we bespreken, moet in boeken terug te vinden zijn. Als dat niet zo is, kap ik het onderwerp onmiddellijk af. Ik zeg dan: ‘Ik zou niet weten hoe het werkt’. Oftewel: niet doen. Mensen moet je geen dingen laten doen, die ze zelf niet kunnen verklaren. Dat is het begin van het einde.’

De handen ter hemel heffend: ‘Ik ben er om mijn mensen te beschermen. Bij mij is het ook verboden om vooruit te lopen op dingen die we nog niet behandeld hebben. Af en toe krijg ik wel eens mensen op cursus, die het bridge weer willen opfrissen omdat ze soms heel lang niet hebben gespeeld. Die maak ik direct duidelijk dat ze zich niet wijzer moeten voordoen dan ze zijn. Dat is alleen maar lastig voor de rest.’

Die aan duidelijkheid niets te wensen overlatende opstelling maakt dat Riet Kuipers voor veel mensen een ideaal station is om de eerste stappen in het bridgewereldje te zetten. Zelf was ze een jaar of tien, toen ze voor het eerst plaats nam aan de bridgetafel. ‘Dat was thuis. Bridge was heel belangrijk in het leven van mijn vader en moeder. Mijn vader, Leo Zweep, was districtswedstrijdleider. Hij speelde bij verschillende clubs en thuis werd er ook nog veel gebridged. En daar zat ik dan als meisje van een jaar of zeven tussen.’

‘Af en toe, als mijn moeder dummy was en haar tijd beter kon besteden door koffie te gaan zetten, moest ik even aan tafel gaan zitten. Het enige dat een dummy (dat is de partner van degene die een contract moet zien te maken ) mag doen is een kaart bijspelen die de partner verlangt. Daar kun je dus niets fout aan doen. Sterker nog, ik had er geen idee van hoe het spel in elkaar stak. Maar blijkbaar vond ik het wel leuk. Want toen mijn vader jaren later aan mij en mijn broer voorstelde om een cursus te gaan volgen, heb ik daar dankbaar gebruik van maak. Zelf wenste hij ons geen les te geven. ‘Want als je het wil leren’, was zijn standpunt, ‘moet je het ook goed doen.’

Bij ons thuis werd bijna van iedereen verlangd dat die wel iets met bridge had. Als ik een jongen mee naar huis, werd van hem ook verwacht dat hij open stond voor bridge. Hij moest het of al kunnen of hij moest het willen leren. Dick, mijn man, is op die manier ook in het bridgewereldje binnen gekomen. Thuis hadden we op een bepaald moment bijna onze eigen club. Met zijn achten bridgen, dat gebeurde meer dan eens.’

Riet Kuipers trad rond haar twintigste voor het eerst op als bridgedocente. Ze had toen net de kweekschool afgerond en speelde zelf al enkele jaren bridge op een club . ‘Mijn vader werd benaderd door acht mensen om hen les te geven. ‘Daarvoor weet ik een veel geschikter iemand’, zei hij toen. ‘Onze Riet.’ Voordat ik het eigenlijk in de gaten had, moet ik les geven. Mijn vader ging echter wel mee om te zien hoe ik het er van afbracht.’

In 1978, vanwege het werk van haar man, kwam Riet Kuipers in Twente. Wat toen nog een absoluut witte vlek was op de nationale bridgekaart. In sociëteiten, onder het genot van een glas whisky en een goede sigaar, werd er wel eens gespeeld. Maar verder eigenlijk nauwelijks. Riet Kuipers pakte in 1980 het plan op om een cursus tot gediplomeerd bridgedocent te volgen, nadat ze even daarvoor haar rentree had gemaakt in het onderwijs. ‘Bij mijn jongste zoon op school had ik aangeboden wel invalwerk te willen doen. Op die manier is het lesgeven weer gaan leven. Dat had ik jaren niet gedaan, omdat kinderen het recht hebben op aandacht thuis.’

De cursus, volgens de methode van Sint en Schipperheyn, volgde ze samen met ondermeer haar Twentse collega’s Mekenkamp, Lansink en Lindner. De twee laatstgenoemden hebben met name in de omgeving van Oldenzaal les gegeven. Qua aantal cursisten kunnen zij echter niet in de schaduw staan bij Riet Kuipers, die van lesgeven zo ongeveer haar levensvervulling heeft gemaakt. ‘Het mooie van mijn werk is dat mensen aan iets beginnen waarvan ze weten dat het moeilijk is. Jaren later kom je ze p een club tegen en dan zie dat ze heel veel plezier hebben. Dat heb ik mijn doel dubbel en dwars bereikt. Presteren is leuk, maar plezier in de sport hoort voorop te staan.’

In het seizoen is ze vooral docent. In de zomermaanden leeft ze zich echter lekker uit als speelster. De afgelopen maanden was ze bijna elke woensdagavond te vinden bij Teletroef, een club uit Hengelo, waar de populairste zomerdive van deze regio wordt gehouden. Te midden van zo’n 120 a 140 bridgers probeert ze dan zo hoog mogelijk te scoren in de A-lijn. Meer dan eens hoort ze daar ‘onzin’ als de best mogelijke oplossing voor een probleem verkondigd worden. ‘Of ik me op zo’n moment stil kan houden. Soms is het moeilijk, maar ik heb me daar wel in getraind. Alleen als mensen me om mijn mening vragen, ga ik daar wel eens op in.’

Voor veel mensen die bij Riet Kuipers een cursus hebben gevolgd, is de stap naar een gewone vereniging te groot. Ga maar na; op een cursusavond speel je maximaal acht spellen. Bij een club zijn dat er al snel 24 of 28. ‘Je moet oppassen dat mensen niet verzuipen’, vindt ze. Om die reden richtte ze enkele jaren geleden een opstap-vereniging op: de Nieuwe Lichting. Van die club mogen oud-cursisten maximaal twee jaar lid zijn. Bij de Nieuwe Lichting spelen mensen niet alleen aanmerkelijk minder spellen (slechts 15), ze kunnen ook nog eens de hulp inroepen van ervaren spelers. ‘De Nieuwe Lichting loopt nog steeds erg goed. Na twee jaar moeten ze klaar zijn voor een club. Of mensen dan nog verder willen leren, is helemaal hun eigen keuze. Sommigen hebben daar helemaal geen behoefte. Dat is hun goed recht.’

Door Rene Beune, Twentsche Courant Tubantia, Redactie Achterhoek, 10 september 2005